Het is me gelukt.
Ik geniet van tuinieren.
Ik ondervind deugd van de flow
die onkruid wieden met de hand,
zacht zittend op men matje
me doet.
Ik ben de dag begonnen met huilen, omdat het zo zwaar weegt, alles alsmaar alleen dragen en weerstand voelen van de papa die ik soms om hulp vraag als de kinderen niet naar me luisteren. Dat doen ze wel eens, niet luisteren. Het toch doen terwijl ik nee zeg of niets zei. Wanneer ze het allebei samen doen, voel ik me zo ontzettend ontredderd dat ik hun papa bel. “Jij moet ze nu gaan zeggen dat ze moeten luisteren naar hun mama als ze nee zegt en ze bij mij zijn.” Maar gegarandeerd krijg ik verwijten naar mijn hoofd. Ik kan dan terugvallen op oude patronen en in discussie met hem gaan over het feit dat ik nu eenmaal degene ben die grenzen stelt en hij helemaal niet. Het leidt nergens toe. Het leidt enkel tot herhaalde teleurstelling en nog grotere verwijdering. Dit is niet het co-ouderschap dat ik voor ogen had toen ik scheiden ging. Ik had verwacht dat we in de pubertijd van de kinderen aan één zelfde zeil zouden trekken. Vanzelfsprekend vond ik dat, naïef weg besef ik nu. Ik wilde het op één na beste voor mijn kinderen: in plaats van gelukkig getrouwde ouders die samenwoonden, zou ik zorgen voor een goed functionerend co-ouderschap en ik zou zoeken naar een betere vaderfiguur als rolmodel voor de kinderen.
Ik ben in beiden gefaald. Het co-ouderschap loopt heel erg moeilijk en ik heb geen man kunnen vinden of houden die een beter rolmodel voor ze kon zijn. En nu valt het feit dat ik het alleen moet doen me erg zwaar, want de kinderen zijn niet alleen gewone pubers. De kinderen zijn ook het slachtoffer van een moeizaam lopend co-ouderschap en een papa die steeds eerst aan hemzelf denkt en dan pas aan de kinderen. Ik wil het niet veroordelen, maar het heeft het ons alle 3 toch al behoorlijk pijnlijk geraakt. Ik heb gevochten en verdedigd, maar hij is onwrikbaar en ik ben intussen uitgeput. Dus moet ik alleen verder, nog alleeniger dan voorheen, zo voelt het wel.
Soms vraag ik me af of het beter had geweest dat ik ongelukkig in mijn huwelijk was gebleven en daarin de kinderen verder opgevoed. Dat ik beter niet gaan groeien was en klein gebleven was. Ik ben bang dat het dat allemaal veel gemakkelijker voor de kinderen had gemaakt. Als ik maar klein gebleven was en niet zo de behoefte had ervaren aan groeien en ruimte innemen. Dan had ik hier nu niet emotioneel alleen uitgeput gezeten. Dan had ik ook emotioneel uitgeput geweest, maar dan was er tenminste nog de vorm van een moeder en vader die beiden tegelijk de kinderen en hun puberstreken droegen. Dan had ik nog iemand in huis gehad bij wie ik kon ventileren en helpen dragen met de kleinste dingen: boodschappen, koken, tuinieren, kosten beperken, inkomen vergroten, taxi spelen, …
Maar ik wilde niet dat mijn kinderen hetzelfde thuisverhaal zouden krijgen als ik. Ik wilde dat ze ouders zagen die een gezonde, veilige relatie hadden. Ik wilde niet dat ze ooit zouden denken: waarom zijn jullie eigenlijk nog samen? Jullie zien elkaar toch niet echt graag? Ik wilde dat mijn dochter en zoon opgroeiden met een moeder, een vrouw die hen toonde wat het betekent om sterk én kwetsbaar te zijn en er te mogen zijn in al je kleuren.
Het is me jaren gelukt, denk ik. Maar het laatste jaar ben ik mijn blaren beginnen verliezen. Ik ben nog een lege, verdorde stam in vergelijking met de bloeiende boom die ik tot een dik jaar geleden nog was. Hardwerkend en wroetend zoekend naar energie uit een dorre bodem om terug te bloeien. Het lijkt alsof ik alle water en voeding uit de bodem opgebruikt heb en de kracht niet meer vind om terug te bloeien, wegens aanhoudende vriestemperaturen, droogte en energie-rovend onrkuid.
Boomspecialist Piotr beluisterd regelmatig mijn verzuchtingen. Oplossingen heeft hij niet. Hij is vooral een stok waaraan mijn stam is vastgeringd om recht te blijven. Boomdokter Josh voorziet men bodem van meststoffen inde vorm van medicijnen die me energie geven om de dag door te komen en de nodige voedingsstoffen en druppels vocht alsnog uit een arme bodem te onttrekken.
Ik hou een lijst bij van de dingen die ik gedaan krijg, dag per dag, om me toch enig gevoel te geven van accomplishment, zeker nu ik al weken thuis ben zonder werk. Arbeidsongeschikt, omdat men executieve functies uitgevallen waren en de thuissituatie zo onvoorspelbaar. Ik heb 2 vierkante meter onkruid gewied, ik heb gekookt, ik heb een dutje gedaan, ik heb een hoofdstuk van een luisterboek beluisterd, Ik heb mijn haar gewassen, ik heb gedouched, ik heb mijn morning pages geschreven, ik heb de was geplooid, ik heb nagedacht over een zomervakantie met de kinderen, ik heb een herstellend gesprek gevoerd met de dochter, ik heb geluisterd, …
Tuinieren toont me dat men elementaire functies misschien toch weer terugkeren. De bodem terug bruin maken ipv overwoekerd door pisbloemen en overgewaaide grassen. De bodem klaar maken om te zaaien of te platen. Zachtjesaan geeft het me vertrouwen in mijn kunnen en mijn energie. Maar ik moet waakzaam zijn die niet te verspillen aan spel en conflict met kinderen en vader. Ik leer elke dag verder hoe ik mijn energie karig consumeer aan zaken die me niet direct leegzuigen, maar aan dingen die me opnieuw een beetje meer energie opleveren dan dat ik eraan verspil.
Tuinieren geeft zichtbaar resultaat en zorgt ervoor dat mijn oog continu geconfronteerd wordt met ietsje meer esthetiek, want een aanblik alleen al kan energievoorraad bewegen. Een handhark, een matje, handschoenen en een emmer. Mijn hand en arm woelend door de aarde proper makend. Iets dat beweegt, het is voldoende nu om zachtjes aan meer en meer te geloven dat ik het, ook zo, alleen, wel kan realiseren: een voedende bodem voor mijn kinderen als een warme thuis, waar ze met wat ook altijd terecht kunnen, waar er steeds een luisterend, oordeelvrij en helpend oor is van iemand dat hen altijd onvoorwaardelijk graag ziet, zorgt en nooit emotioneel zal verlaten. En voor nu, moet dat gewoon genoeg zijn en moet ik het beschermen en geloven dat onkruid wieden genoeg is, om zachtjesaan terug te gaan bloeien.
